Reasons to be cheerful pt. XVIII: Punteren in Giethoorn-Noord

Reasons to be cheerful pt. XVIII: Punteren in Giethoorn-Noord

08-05-2021

De Zaanse Schans. De Keukenhof. Kinderdijk. Een wedstrijd van Ajax. Volendam. Ik heb nooit veel opgehad met uitstapjes in eigen land waar buitenlandse toeristen juist zo dol op zijn.  Maar deze week is het er dan toch van gekomen. We hadden een mini-vakantie geboekt op een camping aan de rand van het Dwingelderveld. We zouden lekker gaan wandelen en (elektrisch) fietsen - ook gij Brutus? Jawel! – maar het weer gooide de hele week roet in het eten. Het was koud, nat en winderig. Dus spendeerden we veel tijd in onze geleende camper, waar je met twee heel romantisch in vertoeft. Maar met een puber erbij die haar tijd vooral horizontaal wil doorbrengen, is het toch een ander verhaal. En wifi, laat staan snelle wifi, is in Drenthe net een provincie te ver. Fine with me, maar zeg dat maar niet tegen een veertienjarig tiktokkend tienermeisje.

We wilden ons niet uit het veld laten slaan. Dus besloten wij een bezoek te brengen aan het nabijgelegen oer-Hollandse Giethoorn. Een dorp ontstaan door vervening van de ommelanden. Om de turf te vervoeren groef men vaarten en sloten. En zo ontstond Giethoorn, met huizen die alleen via bruggetjes zijn te bereiken. En je kunt er dus een bootje huren om al dat idyllische Anton-Piecks te gaan bekijken. Want wie er ook wonen in Giethoorn: het zijn zeker niet meer de arme veensloebers van weleer. Ik vermoed dat de eerste rijke Russen inmiddels een vakantieoptrekje hebben gekocht in het ‘Venetië van het Noorden’.

Aldaar aangekomen, namen wij afslag Giethoorn-Noord. Tot onze stomme verbazing reden wij eerst door een jaren-zeventigwoonwijk, met destijds flux uit de grond gestampte, zouteloze rijtjeshuizen. Daar krijgen we er met de huidige woningnood vermoedelijk nog veel meer van, zij het met zonnepanelen op het dak. Maar na enig zoeken vonden wij toch een – ik kan niet anders zeggen – idyllisch slootje waar de Giethoornse punters uitnodigend op ons lagen te wachten. Een alleraardigste jongeman hielp ons in een hufterproof fluisterbootje en gaf ons een routekaartje mee voor een tochtje door ht dorp.

Het was echt heel leuk, en dat zeg ik zonder een spoortje ironie. We fluisterden het dorp uit, en voeren door de sloten en vaarten met links en rechts rietvelden. We zagen, maar hoorden vooral veel vogels, waar een vogelaar waarschijnlijk zijn vingers bij zou hebben afgelikt. Wij kwamen niet verder dan een Canadese gans. Maar het kan evengoed een Brandgans geweest zijn. Na een goed uur en een flinke hagelbui varen, waren we weer terug bij de aanlegsteiger.

Het was prachtig. Maar het was ons wel opgevallen dat we geen enkele Aziatische toerist waren tegengekomen, en eigenlijk helemaal geen toeristen. En we hadden ook niets gezien dat in de verste leek op een restaurant, een souvenirwinkel, een coffeeshop of een Nutella-winkel. Een beetje vreemd, maar we hadden ze niet gemist. We rekenden 25 euro af voor de tocht bij de jongeman die ons een uurtje eerder het routekaartje in de hand had geduwd. Ik verwonderde mij tegenover hem over het gebrek aan klandizie. En toen kwam de aap uit de mouw: er was behalve een Giethoorn-Noord ook nog een Giethoorn-Zuid, vertelde hij. En daar zat de rest van het toeristenvolk. Gewoon de weg volgen, met de bocht mee en daar ergens parkeren. De rest wees zich volgens hem vanzelf. En daar bleek geen woord van gelogen. Ondanks het beroerde weer en de afwezigheid van buitenlanders, kwamen wij terecht in een optocht die je nog het best zou kunnen omschrijven als een kolonie mieren op weg naar hun hoop. Ik voelde een cover opkomen van een bekend Nederlands rapnummer. Hé, ga je mee naar Giethoorn-Zuid, Gierhoorn-Zuid, want je ziet er lekker uit! Was getekend: Lange Bert en Baas Maat. Maar Giethoorn-Noord was leuk. Volgende Week gaan we naar Keukenhof-Centrum.

Klik hier voor meer colums