Reasons to be cheerful pt. XXII: De Bimbo Box

Reasons to be cheerful pt. XXII: De Bimbo Box

06-06-2021

In het verleden heb ik mijn muzikale geluk een paar keer beproefd in bands waarin ik afwisselend zong, viool speelde of op een mondharmonica blies. Ik kon een beetje toon houden, en de paar maten viool die ik af en toe meespeelde waren indertijd heel exotisch, dus cool. Ik kon eigenlijk het best uit de voeten op een bluesharp, maar blues spelen was in mijn muzikale milieu helaas not done.

Met de bands werd het uiteindelijk niks, niet in de laatste plaats omdat we het nooit eens konden worden over een aansprekende bandnaam. Ik speelde achtereenvolgens in MUX, Young Soldiers, Kut met Peren, DESDA en (veel later) The Inflatable Fridays. Niet echt de namen die je zouden kunnen helpen aan een internationale doorbraak. En de enige band waarin ik echt graag had willen spelen, had alleen een naam, maar nooit muzikanten, laat staan een oeuvre: ‘Tim und Struppi and the Bimbo Box’. De naam – een goeie naam voor een stevig stukje avantgarde klereherrie met jazzinvloeden - was ooit ontsproten in Café de Marepoort in Leiden, tijdens een avondje stevig doordrinken met mijn toenmalige bandgenoten. De repetities werden in die tijd steeds korter, zodat we steeds eerder in de kroeg belandden. Tot we op enig moment het bandhok maar helemaal lieten voor wat het was. Kort en goed: tegen de tijd dat we echt een lollige bandnaam hadden verzonnen, was het einde der bandtijden nabij.

Tim und Struppi zou u ook kunnen kennen als Bobby en Kuifje, maar dan in het Duits. De  Bimbo Box is geen kartonnen poppenhuis voor schaarsgeklede Barbies waar alle Kens van deze wereld graag stiekem op bezoek komen. Nee, het was ooit een soort jukebox, waar altijd een vrolijk Zuid-Amerikaans big band-muziekje uit kwam, als je er een kwartje ingooide. Maar het geheim van de Bimbo Box was het mechanisch dans- en showorkestje van mottig ogende, versleten speelgoedaapjes, geposteerd in een glazen bak bovenop de geluidsbox. De aapjes, gekleed in poncho’s en met sombrero’s op hun hoofd, bespeelden driftig hun bekkens, conga’s, trommeltjes en trompetjes. De aapjesband werd gecompleteerd door een headbangende gitarist. Er werd geplaybackt in een decor van plastic palmboompjes. Het geluid van het ratelende mechaniek kwam vaak boven de muziek uit.

Ik maakte voor het eerst kennis met de Bimbo Box tijdens een schoolreisje, in de speeltuin bij de piramide van Austerlitz. Mijn laatste centjes besteedde ik niet aan trekdrop, de botsauto’s of een verrassingsei, maar leegde ik in het apparaat om deze bizarre vertoning vol verbazing gade te slaan. Veel later, toen ik studeerde in Leiden, bleek er een Bimbo Box te staan bij Vroom & Dreesman aan de Breestraat, ergens in het enorme trappenhuis tussen eerste en tweede verdieping. Ik heb er vaak troost gezocht als er weer eens een verkerinkje uit was, of het leed van de wereld zwaar op mijn jonge gemoed drukte. Topvermaak.

Een paar dagen geleden droomde ik trouwens van de Bimbo Box. Sterker nog: ik zat zelf in de glazen bak, samen met een paar goede vrienden. Plastic palmboompjes, made in China, wuifden ons in het gezicht. We hadden, gelijk de aapjes, poncho’s om onze schouders en sombrerootjes op ons hoofd. We hadden ook allemaal een fleurig mondkapje voor onze snuit hangen. Met een gat erin voor de blazers van de band. We speelden alsof ons leven ervan afhing. Dat mocht ook wel, want net daarvoor was er een jongeman langsgelopen die 9 miljoen in onze box had gepropt, in kleine coupures van 1000 euro. We bedankten hem hartelijk en vroegen hem naar het waarom van deze geste. De jongeman vertelde dat hij hiermee een maatschappelijke bijdrage wilde leveren aan het behoud van dit stukje culturele erfgoed. Binnenkort is hij dus weer te vinden in alle Nederlandse theaters, bioscopen, winkelcentra en bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: The Bimbo Box 2.0, powered bij Sywert van Lienden.

Klik hier voor meer colums